Interview met Hanneke van Ewijk

‘Het Surf Project voelt als een grote familie’

Door: Eva Meylink

Fotografie Rick Heijne

Het liefst zou Hanneke van Ewijk (36) als vrijwilliger alle rollen binnen de organisatie van het Surf Project vervullen, gewoon omdat ze er zoveel plezier in heeft.  Voor nu focust ze zich op de centrale organisatie van het project, waar ze zich bezighoudt met de vrijwilligerscoördinatie van alle locaties. Daarnaast doet Hanneke, van beroep neuropsychologe binnen de kinder- en jeugdpsychiatrie, onderzoek naar de invloed van surfen op de deelnemers van het Surf Project.

‘Ik had destijds in een tijdschrift iets gelezen over het Surf Project, net nadat ik terug was gekomen van een reis uit Peru, waar ik vrijwilligerswerk had gedaan.’ Aldus Hanneke. ‘Toen ik over het project las, dacht ik meteen: dat is perfect! Surfen, wat ik zelf graag doe, en werken met de doelgroep waarvoor ik zo’n groot hart heb. Bij het Surf Project kwam dat allemaal samen.  Eerst was ik begeleider in het water, daarna kreeg ik al snel een rol binnen de organisatie. Het team bestond toen overigens uit slechts drie mensen. Inmiddels zijn dat er meer, want we groeien behoorlijk.’

Bij zo’n mooi project wil je gewoon dat het goed loopt

Betrokkenheid

Ook al wordt de organisatie groter, het Surf Project voelt voor Hanneke nog steeds als een grote familie. ‘Dat verklaart ook waarom zoveel vrijwilligers betrokken blijven. Het is gezellig om te vergaderen en het is fijn om elkaar op het strand te zien. Ook al zijn er vanwege onze groei verschuivingen binnen het team, we blijven communiceren en oog hebben voor waar iedereen in zijn kracht staat. Juist als je iets vrijwillig doet, is het belangrijk dat je het leuk blijft vinden.’ Lachend: ‘Soms is het veel werk. Dan zegt mijn vriend ’s avonds: moet je niet even iets anders doen? Maar ja, dat gaat automatisch. Het is zo’n mooi project en je wilt gewoon dat het goed loopt.’

Internationaal onderzoek

Hanneke presenteert tijdens het ISTO congres de cijfers van het onderzoek

Hanneke studeerde neuropsychologie, in de richting van ontwikkelingsstoornissen. Daarna was ze lange tijd als onderzoeker verbonden aan Vrije Universiteit in Amsterdam. Haar wetenschappelijke achtergrond komt van pas bij het Surf Project. ‘Suzanne nam al een korte zelfgemaakte vragenlijst af bij de deelnemers om te kijken hoe ze zich voelden na het surfen. Toen ik in de organisatie begon, hebben we dit uitgebreid naar een groter onderzoek met een officiële vragenlijst naar kwaliteit van leven die we vooraf en achteraf afnamen, zodat we meer zicht kregen op het effect van het surfen. Dat doen we nu een paar jaar, zodat we op basis van meer deelnemers een betere uitspraak kunnen doen. Onderzoek vinden we belangrijk: we horen de mooie verhalen van ouders en deelnemers, we zien de blije gezichten na het surfen, maar we willen dit ook echt wetenschappelijk kunnen aantonen. Daarom zijn we aangesloten bij een internationaal netwerk van organisaties, de International Surf Therapy Organisation (ISTO), die onderzoek als een van de speerpunten heeft. We zoeken elkaar op, werken samen en wisselen informatie uit, met als doel om surfen op de kaart te zetten als therapie of als aanvulling op therapie. Dat is ontzettend waardevol.’

Juist het feit dat deelnemers met een onbekende begeleider het water ingaan, zorgt uiteindelijk voor meer zelfvertrouwen

Positief zelfbeeld

Uit de vragenlijsten die het Surf Project afneemt, komt in ieder geval naar voren dat deelnemers na drie lessen beter in hun vel zitten. Van ouders hoort Hanneke daarnaast in evaluaties en verhalen terug dat het zelfvertrouwen van hun kinderen dankzij het surfen is toegenomen. ‘Als kritisch wetenschapper weet ik natuurlijk dat er meerdere factoren van invloed kunnen zijn op deze uitkomsten. Misschien heeft het beter wordende weer in het voorjaar invloed, wellicht speelt de naderende zomervakantie een rol. Je zou dus eigenlijk een controlegroep erbij moeten hebben, waardoor je wetenschappelijk gezien nog sterkere uitspraken kunt doen. Maar de vraag is of wij dat willen en kunnen, omdat we niet willen dat de belasting voor ouders te groot wordt. We gaan hen niet overvallen met allerlei vragenlijsten, die vullen ze al genoeg in bij de zorginstellingen waarmee ze te maken hebben. Het surfen moet voor zowel de deelnemers als de ouders een plezierige ervaring zijn. Toch zou ik wel meer willen inzetten op kwalitatief onderzoek: op interviews en gesprekken met ouders en deelnemers. Als je weet wat het surfen doet met de deelnemers, dan kun je die informatie ook weer gebruiken voor je programma.’

Alleen op de plank

Wat betreft de inhoud van het lesprogramma zorgt het Surf Project altijd voor kleine teams, waarin een veilige sfeer heerst, met een voorspelbare structuur. Hanneke: ‘Daarop zijn we heel kritisch, ook naar onze vrijwilligers toe. Die moeten er echt drie keer achter elkaar zijn, zodat de band tussen hen en de deelnemers kan groeien. Als die veilige basis er is, dan kunnen kinderen zich gaan openstellen voor de leerervaring. Juist het feit dat ze met een onbekende vrijwilliger het water ingaan, iets wat ze in het begin heel spannend vinden, draagt uiteindelijk bij aan het zelfvertrouwen van de deelnemer. Zonder ouders, die aan de kant staan, hebben ze op eigen kracht een band opgebouwd met een nieuw iemand. Daarnaast hebben ze ook nog eens zelfstandig leren surfen. Je ziet in vergelijkbare programma’s vaak dat er wordt gesurft op een heel groot board: dan staan begeleider en deelnemer samen op de surfplank. Wij kiezen er bewust voor dat de deelnemer zelf surft; de begeleider coacht en geeft een duwtje. Dat is natuurlijk ook spannend, want met surfen moet je je overgeven aan de elementen. De ene keer is een golf perfect, de andere keer niet. Dat leren loslaten is met name voor kinderen met autisme een uitdaging. Maar als het lukt, dan is dat een enorme boost voor het zelfvertrouwen.’

Ik zou dit het liefst elke dag van mijn leven doen

Samen en alleen

Bij het Surf Project is elke deelnemer onderdeel van een team, maar wordt er wel onder begeleiding individueel gesurft. Hanneke: ‘Dat vind ik het mooie aan het Surf Project: kinderen doen sociale contacten op en leren van elkaar, maar tegelijkertijd kunnen ze zichzelf ontplooien. Dat horen we ook van ouders terug. De meeste aangepaste sporten zijn of teamsporten of echt individuele sporten. Bij ons hoeven kinderen zich niet te houden aan spelregels, hoeven ze niet verplicht met elkaar te spelen. Sommige deelnemers worden vrienden, spelen met elkaar op het strand, terwijl een andere deelnemer ernaast in zijn eentje een zandkasteel bouwt. Dat is allemaal prima, zolang het kind maar gelukkig wordt van wat hij doet.’

Mooie momenten en toekomst

Hanneke moet even nadenken over de vraag of er een specifiek moment is dat haar van de afgelopen jaren Surf Project is bijgebleven. Hard lachend: ‘Dat zijn er heel veel. Ik zou dit het liefste elke dag van mijn leven willen doen. Alle surfdagen zijn fijn, elke keer ga je met een blij gevoel naar huis. Telkens ervaar je bijzondere dingen, spreek je andere ouders, hoor je nieuwe verhalen. De ene keer word je geraakt door deelnemers, dan weer door vrijwilligers die zich met hart en ziel inzetten.’ En heeft ze een toekomstdroom voor het Surf Project? ‘Uiteindelijk is de droom van ons allen om zoveel mogelijk kinderen de kans te bieden om te kunnen surfen. Ook de kinderen die nu achttien jaar zijn geworden, voor wie het project dan eigenlijk ophoudt. We willen ook hun de kans geven om te blijven surfen, ofwel bij ons ofwel bij reguliere surfscholen. Surfen is vaak zo’n onderdeel geworden van hun leven, van hun identiteit. Dat moeten ze kunnen behouden. En tot slot hebben we de ambitie om te blijven groeien, maar tegelijkertijd willen we het kleinschalige en persoonlijke karakter behouden. We blijven een grote familie.’