Interview met Meander en zijn moeder Famke

‘Een surfer uit Brabant’

Door: Eva Meylink

Fotografie Rick Heijne

Fotografie Rick Heijne

Toen Meander drie jaar geleden na zijn eerste surfles bij het Surf Project in Ouddorp zijn board opruimde, zei hij tegen zijn moeder Famke: ‘Nu heb ik dus een probleem. Ik ben verslaafd.’ Famke begreep het niet helemaal. ‘Waar gaat dit over, Meander?’ ‘Nou’, zei die vervolgens: ‘Ik ben verslaafd, aan surfen. En ik woon in Brabant!’ 

Hij werd zelfs een beetje boos op zijn moeder, na die betreffende surfles. ‘Waarom heb je dit niet eerder gezegd? Dit is het gewoon!’ Famke lacht. ‘Meander is altijd buiten, maakt niet uit wat voor weer het is. We hadden weleens gekeken naar een sport, maar dan zei hij daarna: “In zo’n zaal, in zo’n team, het draait allemaal om winnen: ik vind het niks.” Daarom waren die sporten van korte duur. Toen kwam het Surf Project voorbij, via een mailtje van de Stichting Down Syndroom. Ik dacht meteen: dat is interessant. Ik heb hem opgegeven en heb met opzet niets gezegd. Eerst maar proberen of het lukte. Daarop kwam al vrij snel een heel zorgvuldig mailtje terug, met het antwoord dat Meander mee mocht doen. Toen moest ik het natuurlijk tegen hem zeggen. “Het Surf Project, wat is dat?”, zei hij. “Nou”, antwoordde ik, “het is in ieder geval in zee.” “Dat is ok”, zei Meander. “Daar kom ik graag, dus dat doen we.”

Kippenvleugels en apenstand

Fotografie Rick Heijne

Fotografie Rick Heijne

Hoe voelde het voor Meander, zo’n eerste keer op een surfplank? ‘Ik werd heel rustig van binnen’, zegt hij. ‘Het is fijn, die stilte, de zee, de duinen.’ Meander houdt van de natuur. Niet voor niks wil hij later boswachter worden. Daarvoor zit hij op een speciale school. Vaak krijgen ze les in de kas of werken ze in de moestuin. Hij loopt ook stage, in een natuurgebied. Hele bomen moet hij daar snoeien en zagen. Je moet dan goed met elkaar overleggen waar de boom valt. ‘Van onderen!’, roept Meander dan.

Wie in zijn klerenkast kijkt, ziet zijn twee passies weerspiegeld in de kleuren. Groen, bruin en blauw; het bos en de zee. Niet alleen daarin is Meander gepassioneerd. Zoals het een surfdude betaamt, luistert hij naar de muziek van Jack Johnson. Iedere dag doet hij aan ochtendgymnastiek. Surfen op bed, noemt hij het. Famke: ‘Dan hoor ik elke ochtend gestommel en gebonk en Meanders stem: “Kippenvleugels, apenstand, ja!”. En dat een keer of veertig.’ Lachend: ‘Er is al een plank uit de lattenbodem gebroken. Meander zegt dan: “Ik had vette golven vanmorgen”. En ’s avonds trekt hij geen wetsuit aan, maar een “bedsuit”.

Ook gedurende hun kampeerweekenden, die Famke vanwege de lange reistijd plant tijdens de lessen van het Surf Project, pakt Meander het professioneel aan. Famke: ‘Thuis pakt hij altijd een zak muesli in. Omdat hij energie moet hebben voor het surfen.’

Golven nemen in het leven

Dat Meander talent heeft voor het surfen, bleek al tijdens de eerste les. Hij ging meteen staan. Zijn begeleider Maarten wist het daarom wel: ‘Meander, ik denk dat surfen echt iets voor jou is.’ Inmiddels heeft hij een andere begeleider, Mike. Over hem is Meander ook zeer te spreken. ‘Hij is rustig en vrolijk en met hem kan ik over de natuur praten.’ Famke: ‘Laatst stonden ze met hun neuzen tegen het zand gedrukt een roggenei te bestuderen. Of ze spotten vogels terwijl ze in zee liggen. Maar Meander moet ook hard werken, want hij wil naast het staan ook leren sturen. Mike surft goed, dus dat werkt motiverend. Ook als het weer niet zo goed is, wordt er gesurft. Soms waait het hard, dan is er stroming. Regen maakt niet uit, want tijdens het surfen ben je toch al nat. Laatst hagelde het zelfs, toen zei Meander: “We gaan door, want ik wil het leren”.’

Ik neem de zeekracht gewoon mee

Voordat Meander aan het Surf Project meedeed, kon hij van iets onverwachts weleens in de stress schieten. Famke: ‘Dan kon hij niet zo snel omschakelen. Maar sinds hij met het Surf Project meedoet, is hij een stuk relaxter geworden. Net zoals je golven neemt tijdens het surfen, denkt hij ook in het dagelijks leven: ach ja, weer een golf. “Ik neem de zeekracht gewoon mee”, zegt Meander dan.’ Famke lacht. ‘Wij hebben in Brabant op andere tijden vakanties dan in deze provincie. Daarom valt het Surf Project voor Meander aan het eind of aan het begin van het schooljaar. In die periodes is het op school vaak wat rommeliger, is er minder structuur. Dat vond Meander altijd heel vervelend, dat kostte veel energie. Nu heeft hij door het Surf Project in de weekenden zoiets van: ik ben lekker aan het surfen, we zien wel of dat rooster in orde komt. Zelfs dat de juffen op school zeiden: wat gebeurt er? Hij houdt zijn koppie erbij, is veel geconcentreerder. Ineens leert hij veel sneller, heeft hij zijn werkboekje al uit en tijdens de toets bleek Meanders leerniveau omhoog te zijn gegaan.’

Surfen in je hoofd

_MG_2248

Fotografie Rick Heijne

Niet alleen Meander ondervindt de positieve gevolgen van het Surf Project, ook Famke zelf.

‘Toen Meander snel gestrest raakte van dingen, moest ik geruststellen, bijspringen. Nu kan ik gewoon zeggen: joh, het is maar een golf. En dan zegt Meander: o ja! Daardoor hebben we niet zo lang gedoe. Het wordt veel makkelijker en gezelliger allemaal.’ Famke lacht. ‘Ik vind dat wel een meerwaarde.’

Tijdens de winter is het aftellen voordat het Surf Project weer begint. ‘We hebben tijdens die periode kleine dingetjes waarin het surfen doorloopt: een agenda met foto’s, T-shirts van het Surf Project. Meander heeft zelfs een winter plantenstekjes gekweekt en verkocht, zodat andere kinderen van de opbrengst ook mee konden doen aan het Surf Project. Tussendoor probeer ik de referentie naar het surfen in te zetten als iets bijvoorbeeld lastig is. “Nou, weet je nog, bij het surfen?” “Oh ja”, zegt Meander dan, “doen we even!” Zoals die keer dat Meander naar de tandarts moest. Het zou een lange en ingewikkelde behandeling worden. Ook voor de tandarts was het een uitdaging. Daarom hadden we van tevoren geoefend met “surfen in je hoofd”.’ Meander legt uit. ‘Dan ga ik mij eerst heel lang uitrekken, ontspannen. Ogen dicht en dan denk ik even niks. Ik zie het strand, de duinen.’ Famke: ‘We hadden tegen de tandarts gezegd: doe maar wat je moet doen, Meander is er even niet, die is aan het surfen. Meander had bedacht: dan pak ik mijn board, ga ik de zee in, ga ik lekker surfen, golven pakken, zolang als het duurt. Op gegeven moment zei de tandarts: “Joehoe Meander, we zijn klaar, joehoe!” Daarop zei Meander: “Oh jammer, ik was net zo lekker aan het surfen.” Hard lachend: ‘Die tandarts wist niet hoe hij het had. Surfen doet Meander dus al lang niet meer alleen op zee, hij neemt het elke dag mee.’

Leren hulp te vragen

‘We bedenken elk jaar iets wat Meander nog lastig vindt en wat hij graag wil leren’, zegt Famke. ‘Als Meander dan toch gaat leren surfen, dan wil hij ook iets over zichzelf leren. Eigenlijk hebben wij vanaf het begin gezegd: Meander vindt om hulp vragen lastig. Op school, thuis.’ Tegen Meander: ‘Maar jij wilt zo graag leren surfen, dat jij bij alle begeleiders wel om hulp begon te vragen. “Ik mis die golf steeds, wil jij mij helpen? Ik val steeds van die plank af, wil jij mij helpen?” Dat doe je nu ook op je stage, waar het helemaal nieuw is en waar je bijna niemand kent. Ik vind dat echt iets wat Meander heeft geleerd van het Surf Project.’

Dat doorzetten wordt beloond, ondervond Meander tijdens een van de lessen. Het waaide hard, er was stroming, de golven waren hoog. Maar Meander dacht: ik wil een golf pakken. Famke: ‘Toen dat lukte was je helemaal enthousiast en plop, wat dook er naast je surfplank op? Een zeehond. Dat was een magisch moment.’

Een moment dat ook zeker in het heen-en-weer-schrift van school kwam, waarin alle leerlingen hun ervaringen van het weekend schrijven. ‘Mijn vrienden vinden het cool en leuk dat ik surf. Ze vinden het heel stoer’, zegt Meander. ‘Op vrijdag zeggen ze: ga je weer surfen, ga je weer naar zee? En na het weekend: heb je golven gepakt?’ Famke: In dat schrift zitten dus op maandag allemaal foto’s van het surfen.’

Het zit erop, de laatste les van het surfseizoen. Dat wordt weer aftellen tijdens de wintermaanden. ‘Er is geen wintersport die tegen het surfen op kan’, zegt Famke. Of Meander ter afsluiting nog iets wil zeggen. Jazeker, daar heeft hij over nagedacht. ‘Het Surf Project is zo leuk, dat ik ervoor uit Brabant kom!’

Op moment van schrijven is Meander druk aan het tuinieren in verschillende tuinen bij mensen thuis. Niet alleen verbetert hij zo zijn vaardigheden, ook kan hij er een beetje mee verdienen. Waar spaart Meander dan voor? Nou, voor een eigen surfboard!

Interview met surfster Brecht

‘Als ik surf voel ik me blij’

Door: Eva Meylink

Verhaal Brecht (surfster)

Fotografie Pieter Kunnen

Veel vrijwilligers van het Surf Project zullen Brecht Looman (14 jaar) kennen. Want als er iemand enthousiast in het water is, dan is zij het. Lol maken, stoeien: Brecht doet het allemaal. En waarom is de ton waarin de surfpakken gewassen worden niet bestemd voor de deelnemers van het Surf Project? Ja hoor, Brecht plonst er gewoon in. Die vrolijke dame moesten we natuurlijk interviewen. We spreken Brecht thuis in Harmelen, samen met haar ouders Mirjam en Hans.

De nieuwe driewieler van Brecht staat te glanzen op de oprit voor het huis van de familie Looman. Daarmee gaat ze elke dag naar school. Vergezeld door haar moeder en soms haar vader. En heel af en toe door een van de grote broers, die allebei studeren in Delft. Twee jaar geleden maakte het gezin Looman kennis met het Surf Project. Mirjam: ‘Ik zag het voorbijkomen op Facebook en dacht meteen: dat is leuk!’ Niet lang daarna vond de intake plaats, op het strand van Zandvoort. Brecht weet nog goed wat ze daar als eerste leerde: de surfgroet. ‘Ook om te bellen’, zegt Brecht.

‘Eerlijk gezegd zagen we het surfen in het water vallen, omdat Brechts knie uit de kom ging. Maar ingetapet en wel kon ze gelukkig toch aan de lessen beginnen’, zegt Mirjam. Voor Brecht was het de eerste kennismaking met de sport. Surfpak en schoenen aan, dat was wel even wennen. En zand en schelpjes vond Brecht meestal niet zo prettig aan de voeten. Maar na de derde keer surfen ging dat als vanzelf. Ook omdat Brecht ontdekte dat een plastic zak gebruiken, de gouden truc bleek om het surfpak aan te krijgen.

‘Iedereen bij het Surf Project is positief. Het is heel veilig’

2018-05-27 at 12-34-26

Sterker nog, Brecht was na de eerste keer surfen zo enthousiast geraakt dat zij spontaan een kinderfeestje gaf op het strand. Onder begeleiding van instructrice Sanne van het Surf Project kreeg de groep surfles. Vader Hans ging als begeleider mee het water in, om de kinderen op te vangen. Mirjam: ‘Tijdens zo’n les zie je dus de meerwaarde van het Surf Project. Brecht heeft meer begeleiding nodig dan haar “reguliere vriendinnetjes”. Er is echt een verschil.’

Haar eerste begeleider bij het Surf Project was Rubin. Brecht: ‘Rubin vond ik heel leuk, lief.’ Mirjam: ‘Er is direct contact, je wordt constant beloond voor wat je doet. Ook al staat ze niet of doet ze heel even wat anders, het maakt niet uit. Het hele team is altijd positief, het is heel veilig. We komen er altijd blij vandaan. Dat zie je ook aan de foto’s waarop Brecht staat. Met een volle grijns, want er zijn zoveel leuke momenten. Zoals toen Brecht jarig was bijvoorbeeld. Brecht houdt niet zo van lawaai.’ Brecht: ‘Ze hebben op het strand zachtjes voor me gezongen. Dat vond ik fijn, ik houd niet van herrie.’ Lees hier het blog over deze verjaardag.

 

‘Het leukste aan surfen is lol maken’

Hoe ziet zo’n surfdag er eigenlijk uit? Brecht legt dat uit. ‘Je gaat je aanmelden, aankleden en dan ga je met je begeleider naar de vlag, naar je team. Dan de warming-up. Dat is echt leuk. Dan gaan we de zee voelen en pak je je surfboard. We doen eerst boter-kaas-en eieren op de surfplank. En we oefenen met staan op het strand. Je praat met de begeleiders en met de andere kinderen. Samen spelen we in het water. Als je klaar bent gaat het surfpak uit, ga je douchen en dan ga ik soms in het bad, waarin de surfpakken gewassen worden.’ Wat nu het leukste is aan het surfen? ‘Lol maken. En dat mijn grote broers er zijn als ik thuiskom.’

Vindt Brecht dat ze is veranderd door het surfen? Daar komt niet direct een antwoord op. Brecht gaapt hard. Hans: ‘Gapen is nadenken. Er wordt hard gewerkt in de bovenkamer.’ Mirjam vult aan. ‘Ze is wel heel trots op de hobby. Ze vertelt erover op school, laat foto’s zien. Het is echt haar ding en daar is ze ook heel zelfverzekerd over. Vroeger durfde Brecht niet eens over het strand te lopen als er schelpen lagen. Nu rent ze het strand op. En ze is losser geworden. De eerste keer Surf Project was ze verlegen en redelijk afwachtend. Dat was daarna over.’ En Brecht heeft dit jaar zelfs een doel: leren staan. Brecht: ‘Rechtervoet voor en linkervoet achter.’

‘Brecht hield zelfs een spreekbeurt op school over het Surf Project’

Brecht tijdens haar spreekbeurt op school.

Brecht tijdens haar spreekbeurt op school.

Brecht zit op een reguliere basisschool en gaat na de zomervakantie naar een regulier vmbo. Daarmee is zij het enige kind met Down in haar regio. Mirjam: ‘Surfen is naar de buitenwereld toe een stoere sport. Het is een sport die niet iedereen doet. Je komt met foto’s en verhalen op school aanzetten, enzovoort. Sociaal gezien heeft dat wellicht impact.’ Brecht hield zelfs haar spreekbeurt over het Surf Project. Ze had een surfplank mee en oprichtster Suzanne kwam kijken. ‘Het ging heel goed’, zegt Brecht. Zo goed, dat ze een 8,5 haalde.

Wat is nu het allermooiste moment van het Surf Project? Mirjam: ‘Ik denk dat je mocht helpen met de medailles uitdelen vorig jaar?’ Brecht knikt. ‘En lol maken en de dep doen.’ Brecht doet de beweging voor. En welk moment kiezen Mirjam en Hans? ‘We kunnen niet echt een moment kiezen. Het is altijd mooi om te zien hoe blij Brecht van surfen wordt en hoe ze straalt als ze op de foto staat. Het plezier spat er echt vanaf, wat voor weer het ook is.’

Mirjam: ‘Het is voor ons altijd een feestje om een surfdag mee te mogen maken. Het voelt als een warm bad.’ Hans: ‘De hele organisatie van het Surf Project is zo goed ingepraat door Suzanne. Een geoliede machine. Het klopt gewoon.’

Interview met surfer Auke en zijn ouders Janneke en Anne

‘Vanaf het moment dat ik het water in ga voel ik me ontspannen’

Door: Eva Meylink

Fotografie: Rick Heijne

Fotografie: Rick Heijne

‘Waarom heb ik eigenlijk “ja” gezegd?’, vroeg Auke twee dagen voor het interview aan moeder Janneke. De vragen waren een week van tevoren gemaild. ‘Auke is wat dat betreft net een BN’er’, had Janneke met een knipoog geantwoord. ‘Hoe preciezer de informatie, hoe beter.’ Afgelopen jaar deed Auke (13 jaar) voor de derde keer mee aan het Surf Project. Ontzettend spannend vindt hij het, zo’n interview waarin hij vertelt over zijn ervaringen tijdens het project. Daarom helpen zijn ouders met het beantwoorden van de vragen. Toch vindt Auke het belangrijk om zijn verhaal te doen, want wellicht dat andere kinderen met autisme er wat van kunnen leren.

 

Het is een kleurrijk huishouden, dat van de familie Veeman. Een schommel hangt in het midden van de huiskamer, twee vrolijk kwetterende parkieten vliegen in het rond. Auke zit naast zijn moeder op de bank, het papier met de vragen erop ligt voor hem op tafel. Broer Ynte is even gedag komen zeggen en is daarna snel weer vertrokken naar boven. Vader Anne vertelt iets over de zelfgemaakte 3D-printer in de hoek van de kamer. Hij wijst naar een afdruk in de vensterbank, die met het apparaat is geprint. ‘Dat is Auke tijdens zijn eerste surfles.’ De originele foto wordt erbij gepakt. Auke staat op zijn surfplank, pakt een golf. Janneke: ‘Deze foto zegt alles. Dit is Auke helemaal vrij. Ontspanning. Een heel nieuw hoofd. Moet je je voorstellen dat je je eigen kind, op dat moment 10 jaar, nog nooit zo gezien had. Dat is een cadeautje.’

Fotografie: Rick Heijne

Fotografie: Rick Heijne

Het Surf Project is warm, persoonlijk en dat is fantastisch om te zien

Drie jaar geleden kwam Auke via zorgbegeleidster Marry Ronde bij het Surf Project terecht. Janneke: ‘Marry Ronde is een vriendin en was als expert bij het project betrokken. Zij vroeg aan ons of surfen niet iets voor Auke kon zijn. Wij dachten meteen: nou en of.’ Tegen Auke: ‘Jou moesten we nog heel erg overtuigen. Dat duurde even. We hadden wel alvast naar de filmpjes op de website gekeken. Maar dat waren meer de filmpjes van The Wave Project in Engeland. Daarmee hebben we je kunnen overhalen. Dat ging van jouw kant uit wel met licht protest, maar toch ook met nieuwsgierigheid.’

 

De intake die vervolgens plaatsvindt met oprichtster Suzanne voelt goed. Janneke: ‘Je merkt dat Suzanne er met haar hele hart in zit. Aan alles is gedacht. Vrijwilligers zijn getraind, deelnemers krijgen een eigen begeleider, er hangen foto’s van ze klaar bij het surfpak. Het is allemaal heel warm, heel persoonlijk en dat is fantastisch om te zien. Bij Aukes autisme zit het hem niet direct in de behoefte aan vaste structuren; voor hem is veiligheid belangrijk. Dat hij voelt dat een begeleider hem snapt, niet ongeduldig is en niet dingen van hem vraagt die hij niet kan. Als een begeleider dat goed weet en daarmee rekening houdt – en dat hebben we alle drie de jaren met alle drie de begeleiders gehad – dan is het safe en kan een kind uit zijn schulp kruipen.’

 

Auke vertelt dat hij de eerste surfles, drie jaar geleden, best spannend vond. ‘Ik had nooit eerder gesurft, dus ik wist van tevoren niet hoe het zou gaan. Maar ik vond het meteen leuk.’ Janneke vult aan: ‘Hij ging zelfs drie keer staan, dat was heel bijzonder.’ Auke, voorzichtig: ‘Ja, dat was wel een beetje bijzonder.’ Iedereen lacht. Op de vraag wat het surfen die eerste keer zo leuk maakte, antwoordt Auke: ‘De tijd dat je in het water bent, dat je iets nieuws probeert. En het contact met je begeleider.’ Janneke: ‘Wat bijzonder is: praten met vreemden is voor hem echt wel een ding. Daarom is dit interview ook spannend. Maar omdat het tijdens de les zo gericht over surfen gaat en omdat het een veilige omgeving is, hoor ik achteraf van de begeleider terug dat er in het water allemaal kleine gesprekjes zijn geweest. Over school bijvoorbeeld. Dan denk ik: wauw, je vertelt wat over jezelf.’

Ik zie ons nog op de A1 rijden, over het stuur liggend van de lol

Auke-van Moeder 26-5-2015Volgens Anne maakt het surfen Auke ontspannen. Auke herkent dat: ‘Eigenlijk heb ik dat gevoel vanaf het moment dat ik het water inga.’ Janneke: ‘Ik weet nog goed dat we na een van de eerste surflessen naar huis reden. We luisterden naar de radio en er kwam iets voorbij, ik weet niet eens meer wat precies. Maar er gebeurde iets bijzonders: we kregen de slappe lach. Dat hadden we nog nooit meegemaakt met Auke, zo’n soort ongeremdheid. Nou, wij bescheurden ons echt. Ik zie ons nog op de A1 over het stuur liggen van de lol. Toen dacht ik: ja, dit komt door het surfen. Er was iets geopend.’

 

Ziet Auke dat bij zichzelf terug? Auke: ‘Ik denk het wel. Wanneer ik iets moeilijk vind, dan merk ik nu dat ik iets meer zelfvertrouwen heb.’ Janneke: ‘Op welke momenten merk je dat?’ Auke: ‘Bij dingen met mensen. Voor het surfen zou ik bepaalde gesprekken vermijden, maar nu durf ik die wel eerder aan te gaan.’ Janneke: ‘Ik denk dat je dat nu al doet. Met dit interview bijvoorbeeld.’ Anne: ‘Auke groeit door het surfen, is opener, kwetsbaarder. Maar dan op een stevige manier, niet meer teruggetrokken. Dat is niet alleen in Aukes, maar ook in ons leven een hele ontwikkeling.’

Toen Aukes begeleider vond dat hij niet trots genoeg was op zichzelf, heeft die net zolang herhaald wat er goed ging, totdat Auke het zelf ook ging inzien

Afgelopen jaar was een persoonlijk doel voor Auke om vaker trots op zichzelf te zijn. Janneke: ‘Mensen denken weleens dat je bij autisme heel ongevoelig bent: nou, dat is totaal niet het geval. Kinderen met autisme zijn hypergevoelig. Ze zitten alleen achter een muurtje om zichzelf te beschermen tegen al dat gevoel. En bepaalde gevoelens, daar kunnen ze ook niet goed bij. Trots zijn op jezelf bijvoorbeeld. Dat is best een ingewikkeld iets. Je kunt wel vaststellen dat iets goed is gegaan, maar dat is nog wat anders dan het echt voelen. Na het tweede jaar vroeg Suzanne om feedback en toen heeft Auke eerlijk geantwoord: ik vind dat de lessen niet meegaan in mijn ontwikkeling. Ik wil door, maar de les is elke keer hetzelfde. Ik wil nu wel eens wat nieuws. Dat heeft Suzanne toen heel goed opgepakt. Dus dit jaar zat hij in een groepje waarin ze nieuwe dingen leerden en dan kom je met nieuwe ervaringen het water uit.’ Tegen Auke: ‘Ik zag je dan echt trots zijn. Het was niet alleen: ik kan een bochtje. Punt. Nee, het was ook: yes, het is me gelukt! En toen je begeleider Roel een keer vond dat je niet trots genoeg was, heeft hij net zolang herhaald wat er goed was gegaan, totdat je het zelf ook inzag.’

Fotografie: Joost Delwel

Fotografie: Joost Delwel

Op welke manier heeft het Surf Project invloed gehad op Auke als persoon? Auke denkt diep na. Janneke helpt: ‘Het eerste jaar had je er een beetje moeite mee dat er ook kinderen met Down meededen. Die zijn soms onvoorspelbaar en druk. Dat is niet altijd fijn voor jou.’ Anne: ‘Kinderen met Down zijn vaak extravert, jij bent heel verlegen.’ Janneke: ‘Maar aan het eind van het tweede jaar zei je opeens: “Ik heb de kinderen met Down geobserveerd en eigenlijk zijn ze de gezelligste mensen van de groep. Ik vind ze zo lief.” Toen ging het ineens van ergens moeite mee hebben naar inzien van: wat een bijzondere kinderen zijn dat. Ik weet nog dat er in die tijd een documentaire over Down op tv was. Dat er straks misschien geen kinderen meer met Down worden geboren. Jij hebt toen heel geboeid zitten kijken en je zei uiteindelijk: “Dat is zonde, want het zijn zulke mooie mensen. Ik zou het heel jammer vinden als er geen kinderen met Down meer meedoen met het Surf Project.” Door dat inzicht groeide je als mens.’ Auke: ‘Het zijn speciale kinderen, maar ook kinderen als iedereen.’

Elke keer als een kind iets doet, wordt dat moment gevierd

Auke heeft talent voor het surfen. Denkt hij tijdens het surfen na over wat hij doet? Auke: ‘Iedere keer als we iets nieuws leren, dan probeer ik nog wel even te denken hoe ik dat moet doen. Maar uiteindelijk gaat dat steeds meer op gevoel.’ Janneke: ‘En er zit een bonus aan het surfen. Want als je staat, maakt iedereen er een feestje van. Je begeleider die met je de zee ingaat, degene die je opvangt aan de kant, de ouders die kijken. Iedereen klapt en juicht. Elke keer als een kind iets doet, wordt dat moment gevierd. Ik denk dat heel veel kinderen daarvan groeien.’ Auke: ik moest daar in het begin nog een beetje aan wennen. Al die aandacht. Maar het geeft me ook wel zelfvertrouwen om door te gaan.’

Fotografie: Joost Delwel

Fotografie: Joost Delwel

Wat doet Auke gedurende de wintertijd? Mist hij het surfen dan? Auke: ‘Ik ben daar niet zo mee bezig. Wel dat ik zin heb in het volgende seizoen. En dat ik dan ga proberen dingen aan mezelf te verbeteren. Sociaal gezien bijvoorbeeld.’ Anne: ‘Het Surf Project is een aparte wereld voor Auke. Er is daarnaast geen behoefte voor hem om zelf te gaan surfen. Of om weer naar het strand te gaan. Hij weet: het zijn zes lessen en daar geniet ik volop van. Daarna is het ook weer even afgelopen voor dit seizoen.’ Janneke: ‘Je kunt het als treurig zien dat we elk jaar met tranen in de ogen weggaan, na de laatste surfles. Maar ik ervaar dat eerder als bewijs dat er weer heel veel is gebeurd in die zes lessen. En we hebben ons alweer opgegeven voor volgend jaar.’

 

Het interview zit erop. Een high five van zijn ouders. Weer een overwinning voor Auke.

Interview met oprichtster Suzanne van den Broek

‘Het Surf Project is één geworden met mijn leven’

Door Eva Meylink

Fotografie Rick Heijne

Fotografie Rick Heijne

Na haar studie psychologie wilde Suzanne van den Broek-Dietz (38) eigenlijk aan de slag als GZ-psycholoog. Ze werd projectmanager in Amsterdam. Dit deed ze met plezier tien jaar lang, tot ze zich de vraag stelde: wat wil ik nu echt? Het daaropvolgende vrijwilligerswerk op een zorgboerderij gaf richting. Daar kon ze met kinderen werken, met hun ontwikkeling bezig zijn, iets wat ze altijd al wilde. Maar ook dat was het nog niet. Totdat Suzanne aan de jongeren op de boerderij enthousiast vertelde over haar laatste surfvakantie. Een van hen vroeg haar: ‘Kun je ons niet leren surfen?’ Achteraf gezien bestempelt Suzanne deze vraag als een belangrijke levensvraag. Het antwoord erop is sinds vier jaar een feit. Met het door haar opgerichte Surf Project verzorgt Suzanne surflessen voor kinderen met Down, autisme en ADHD. Inmiddels is het project uitgerold naar drie locaties langs de Nederlandse kust: Zandvoort, Ouddorp en Camperduin. Een vierde locatie is op komst. Suzanne woont in Haarlem en is getrouwd met Jurjen. Samen hebben zij twee zoons: Luuk (4) en Tom (2).

‘Ik was een beetje recalcitrant, dacht: ik ga het anders doen’

‘Voor het verhaal is het natuurlijk prachtig als ik zeg dat die jongen van de zorgboerderij die mij vroeg of ik hem niet kon leren surfen inmiddels volleerd surfer is. Maar toen ik het hem aanbood zei hij direct: nee, geen interesse in.’ Suzanne lacht. ‘Hallo, er is speciaal voor jou iets opgezet. Even zonder gekheid: ik durf te stellen dat die vraag zin heeft gegeven aan mijn leven.’

Suzanne, jongste van drie zussen, groeide op in een gezin waar zorg centraal staat. ‘Mijn vader is gepensioneerd huisarts en mijn moeder werkte bij hem in de praktijk. Mijn beide zussen zijn ook arts. Het lag in de lijn der verwachting dat ik ook die kant zou opgaan. Mijn vader zei een keer voorzichtig: geneeskunde zou wel bij jou passen, met jouw aandacht en interesse voor mensen. Overigens ken ik niemand anders dan mijn vader die zo veel mensenkennis heeft.’ Het werd geen geneeskunde, maar psychologie, aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Ik was op die leeftijd een beetje recalcitrant. Dus toen mijn vader zei dat geneeskunde wat voor mij was, dacht ik: dat vind jij misschien, maar vind ik dat ook? Ik ging al naar dezelfde school als mijn zussen, naar dezelfde hockeyclub. Ik vond het daar erg leuk hoor en mijn ouders lieten mij zelf kiezen, maar ik dacht in die periode toch: ik ben wel de derde in het gezin, maar ik wil eens wat anders doen. Ik heb me nooit achtergesteld gevoeld, er was altijd veel liefde en ruimte in ons gezin. Ik wilde mezelf bewijzen wellicht? Daar heb ik achteraf weleens spijt van gehad. Daarom ben ik denk ik tijdens mijn studie nog een deel neurologie bij het AMC gaan doen, een vak dat over de hersenen gaat en bij de faculteit geneeskunde hoort. Misschien dat ik daarmee iets wilde compenseren.’

‘Dat ik na tien jaar werken mijn baan opzegde was de beste keuze die ik kon maken’

Tijdens haar studie specialiseerde Suzanne zich in de richting ontwikkelingspsychologie. Ze schreef haar scriptie over het Syndroom van Asperger. Na haar studie wilde Suzanne aan de slag als GZ-psycholoog. ‘Dat was ingewikkeld. Er waren al ontzettend veel psychologen en je moest werkervaring hebben. Het solliciteren liep daardoor op niets uit. Ik liep in die tijd rond met een groot vraagteken boven mijn hoofd. Wat nu?’ Haar bijbaan bij Effectory, specialist in medewerkersfeedback, bood uitkomst. ‘Ze zochten een projectmanager en omdat ik goed was in organiseren, solliciteerde ik naar de functie. Ik dacht ook: misschien is het wel goed zo. Daar ben ik uiteindelijk tien jaar gebleven.’

In die tijd leerde Suzanne haar huidige man en destijds collega Jurjen kennen. ‘Ik bleef altijd zitten met het gegeven dat het moeilijk was om aan de bak te komen in de psychologie. De interesse was er nog steeds en ik vond het zonde dat ik niks met mijn studie had gedaan. Toen heb ik, na tien toffe jaren Effectory, mijn baan opgezegd. Dat was spannend, maar het was op dat moment de beste keuze die ik kon maken. Jurjen en ik zijn toen drie maanden gaan reizen en surfen. Daar kon ik alles loslaten en had ik alle vrijheid om na te denken over wat ik wilde doen. Na die reis ben ik als vrijwilliger gaan werken op een zorgboerderij, waar kinderen met een beperking de boerderij en de dieren verzorgen. Naast het schoonmaken van de stallen, hield ik me bezig met de individuele begeleiding van de kinderen.’

Suzanne merkte dat ze op de zorgboerderij veel meer op haar plek zat. Maar het voelde nog niet compleet. Ik werkte dan wel met de doelgroep, kinderen met een beperking, maar als ik vertelde wat ik deed, was het alsof iemand anders aan het woord was. Ik merkte dat als ik over iets sprak wat me echt aan het hart ging, surfen bijvoorbeeld, ik echt enthousiast werd.’

Het was uiteindelijk de vraag van een jongen op de zorgboerderij die Suzanne op het idee van het Surf Project bracht. ‘Een hele simpele vraag: kun je ons niet leren surfen? Ik dacht meteen: dat zou echt tof zijn. Maar niet: daar ga ik mijn leven van maken. Dat kwam pas toen ik tegen Jurjen zei dat ik iets met surfen en met deze doelgroep wilde doen. Jurjen zei: dat bestaat al in Engeland. Ga maar eens kijken op de website van The Wave Project. Toen dacht ik: wacht, ik kan er echt wat mee. Dit past bij mij. Als het in Engeland kan, dan kan het hier ook. Ik ben toen gaan skypen met Joe Taylor, de oprichter van The Wave Project. Dat was het laatste zetje dat ik nodig had.’

‘Ik wilde niet enkel een funproject opzetten; het doel is om te werken aan het zelfvertrouwen van de kinderen’

Via haar man Jurjen, initiatiefnemer van het surfplatform Boardshortz.nl, kwam Suzanne in contact met Lars Boeck van Surfschool Zandvoort. ‘Lars was meteen enthousiast en stelde de surfschool beschikbaar. Dat was ook de intentie van het project: ik zou alles organiseren en zou daarbij naar goede surfscholen zoeken voor de locatie, het materiaal en de instructeurs. Joe Taylor wees me erop: als je dit surfproject opzet, doe het dan professioneel. Zorg dat je een duidelijk programma hebt, dat je iedereen op een lijn hebt zitten. Die professionaliteit zit in mijn aard en dus ook in het project.’

In haar eentje, zonder flyer of ander promotiemateriaal, ging Suzanne vervolgens deelnemers werven. ‘Ik bezocht speciale scholen en sportorganisaties in Noord-Holland. Ik wilde klein beginnen. Eerst een pilot draaien met acht kinderen. Drie lessen die worden afgesloten met een diploma-uitreiking. Ik wilde niet enkel een funproject opzetten, het doel is om aan het zelfvertrouwen van de kinderen te werken. Dat ze er iets aan hebben in hun ontwikkeling. Dan is het goed dat de lessen kort achter elkaar plaatsvinden, dat ze een band opbouwen met de vrijwilliger die hen in het water begeleidt. Zo’n diploma-uitreiking is het moment voor kinderen om even in de spotlight te staan. Ik heb me heel erg gerealiseerd dat het voor kinderen met autisme spannend zou kunnen zijn, zo’n uitreiking, maar ik wilde het toch doen. Als ook zij over dat soort drempels heenstappen, dan is dat een overwinning. Ik houd natuurlijk rekening met de symptomen van de beperking, maar ik wil wel blijven kijken waar de rek zit.’

‘Als het Surf Project je aanraakt, laat het je nooit meer los’

De kinderen die aan het Surf Project meedoen hebben Down, autisme of ADHD. Een gemengde doelgroep. ‘Mijn idee was: plak er geen label op, plaats kinderen niet gelijk in een bepaalde groep als
ze het strand opkomen. Ik dacht: we creëren een teamgevoel, zonder dat ze in het water hoeven samen te werken, zoals bij G-hockey of G-voetbal. De deelnemers werken tijdens het surfen aan hun individuele ontwikkeling, maar kunnen elkaar wel aanmoedigen. Ze voelen zich dan onderdeel van een team. Ik wil de deelnemers ook meegeven dat iedereen wel wát heeft. Dat je van elkaar kunt leren. Een van de mooiste complimenten van een van de ouders was dat in het water de beperking wegvalt. Hier waren stoere kinderen een toffe sport aan het beoefenen, plezier aan het hebben. Dat vind ik zo mooi om te zien, dat kinderen enorm trots zijn op zichzelf. Dat effect zie je in hun ogen, als ze hun diploma krijgen. Ze nemen alles wat ze leren tijdens het surfen mee in hun hele zijn. Als je twee uur in zee ligt en applaus krijgt, dan doet dat wat met je zelfvertrouwen.’

De reclame voor het Surf Project gaat volgens Suzanne bijna vanzelf. ‘Elk jaar is er een overschot aan vrijwilligers. Dat vind ik ontzettend bijzonder. Een van de ouders zei: het is een project, dat als het je aanraakt, je nooit meer loslaat. Dat snap ik wel. Die positieve sfeer, het enthousiasme van de vrijwilligers. Ik besef heel goed dat het Surf Project draait dankzij hen. Het helpt ook dat we inmiddels een grote sponsor hebben als Protest en ambassadeurs als Erik Scherder, Nienke Duinmeijer en Kaspar Hamminga, die een groot bereik hebben.

‘Het Surf Project hoeft geen enorme organisatie te worden; wel wil ik zorgdragen voor continuïteit’

Nu de surflessen van het vierde project zijn afgesloten, worden voor Suzanne de wintermaanden iets rustiger. ‘Jurjen zegt altijd: van maart tot en met oktober is het 24/7 Surf Project. Dat klopt, ik ben er heel veel mee bezig. Het project is één geworden met mijn leven. Ook de kinderen weten: het Surf Project hoort bij ons gezin. Maar het voelt niet als werken. Dat gevoel heb ik nog nooit zo ervaren in mijn eerdere werk. Ik was zoekende naar wat ik wilde doen, had toch behoefte aan een bepaalde erkenning. Ik deed niks met mijn studie psychologie, werkte als vrijwilliger op een zorgboerderij. Deze fases waren achteraf gezien nodig om te komen bij wat ik echt belangrijk en leuk vind om te doen. Ik geef niks om een dikke bankrekening. Hoe meer geld je verdient, hoe meer je wilt. Voor mij is het waardevoller dat ik zie dat mensen wat hebben aan het Surf Project. En natuurlijk vind ik het fijn om te merken dat mijn ouders en zussen mijn grootste ambassadeurs zijn.’

Hoe ziet Suzanne de toekomst voor het Surf Project? ‘Allereerst hoop ik dat we wat betreft locaties blijven groeien, zodat veel meer kinderen kunnen profiteren van het surfen. Daarnaast zou ik het heel leuk en belangrijk vinden als we straks kunnen aantonen dat surfen wetenschappelijk gezien effect heeft op de doelgroep. Dat heeft toch te maken met mijn psychologieachtergrond. Ook naar fondsen toe is dat heel bruikbaar. Ik vind niet dat het Surf Project een enorme organisatie moet worden, maar ik wil vooral zorgdragen voor continuïteit. Het vaste team van vrijwilligers besteedt heel veel uren op vrijwillige basis aan het project. Misschien dat zij, als ze dat willen, op een gegeven moment een vergoeding kunnen krijgen. Meer financiële ruimte geeft ook rust. Dan kan ik tegen ouders zeggen dat we zeker weten de komende vijf jaar doorgaan, kan ik de vrijwilligers blij maken.’ Lachend: ‘Al zeggen velen van hen: “Count me in voor de komende tien jaar.” Wat ik mijzelf heb voorgenomen voor het aankomende project is dat ik weer meer in het water wil liggen om de kinderen te begeleiden. Dat heb ik het afgelopen seizoen maar één keer gedaan. Wauw, wat een geluksgevoel gaf dat.’

Suzanne is als initiatiefnemer van het Surf Project genomineerd voor de VIVA400-Award, in de categorie ‘Wereldverbeteraars’. Wil je op haar stemmen? Ga dan naar https://www.viva.nl/viva400/wereldverbeteraars/page/4/#suzanne-van-den-broek-dietz. Een stem op haar is een stem op het Surf Project!

Interview met Cindy Talma, de moeder van Merel en Kai

‘Bij het Surf Project wordt elk succes gevierd’

Door: Eva Meylink

Cindy Talma en echtgenoot Norman hebben niet één, maar twee kinderen die met het Surf Project meedoen: dochter Merel (13 jaar) en zoon Kai (11 jaar). Merel is gediagnosticeerd met autisme; Kai heeft ADHD. Het gezin kwam via zorgbegeleider Marry Ronde bij het Surf Project terecht. Inmiddels doen ze voor het tweede jaar mee.

‘Dat is surfen. Honderd keer op die plank gaan staan. Doorzetten’

Familieportret Cindy_Surf Project

Fotografie: Rick Heijne

De surfles in Zandvoort zit erop. Terwijl Merel en Kai zich omkleden, schuift Cindy aan voor het interview. Het is een zonnige dag geweest, met een nagenoeg vlakke zee. Voor de deelnemers aan het Surf Project geen eenvoudige opgave. Probeer dan maar eens een golf te pakken. Onder luid gejuich van de vrijwilligers in het water lukt het Kai op een kleine golf te gaan staan. Merel heeft er na een uur genoeg van, ze rolt steeds van haar board. Beteuterd verlaat ze het water. ‘Laat haar maar even’, zegt Cindy tegen een van de vrijwilligers. ‘Die komt straks wel terug.’ Na tien minuten loopt Merel de zee weer in. Lachend accepteert ze de high five van de instructeur. ‘Dat zou twee jaar terug echt niet gebeurd zijn’, zegt Cindy. ‘Dan was het gewoon klaar geweest. Dan had ze een huilbui gekregen en gezegd: ik kan het niet. Maar dat is surfen. Honderd keer op die plank gaan staan. Doorzetten.’

Merels zorgbegeleidster op school, Marry Ronde, was als expert binnen de doelgroep betrokken bij het Surf Project. ‘Door haar ben ik me in het project gaan verdiepen. Ik dacht meteen: dat is wat voor Merel. Maar ook voor Kai. Toen heb ik contact opgenomen.’ De eerste kennismaking voelde meteen goed, vertelt Cindy. ‘We hadden met het hele gezin een gesprek met Suzanne, oprichtster van het Surf Project en ontwikkelingspsycholoog. Zo konden de kinderen zich een beeld vormen van het strand, van de plek waar ze surfles gingen krijgen. Voor kinderen met autisme is alles onbekend, zo het water met ze inspringen zijn vijftien stappen te veel. Bij het Surf Project begrijpen ze dat. Men weet wat een kind met autisme nodig heeft . Er is structuur, alles wordt goed gedocumenteerd, de vrijwilligers zijn op de hoogte van wat de deelnemers nodig hebben.’

‘Mijn kinderen moeten het doen, ze worden goed begeleid. Ik hoef even niks. Genieten vind ik dat’

Surfen was voor het gezin een onbekende sport . ‘Alleen Norman had vroeger weleens op een plank gestaan, wij niet. Merel en Kai zijn enorme waterratten, ze zijn niet bang in het water. Toen ik over surfen begon, hadden ze meteen iets van: te gek! Na de eerste keer wilden ze niet meer stoppen. Doodmoe waren ze, maar ze vroegen meteen: wanneer gaan we weer?’ Als ouder is het volgens Cindy wennen, zo’n eerste keer dat de kinderen het water ingaan. ‘Je bent gewend ze van a tot z te helpen en nu geef je ze in handen van een ander. Ik hoef bij de introductie niet dichtbij te gaan staan, daar zijn de vrijwilligers voor. Na een aantal surflessen is het gemakkelijker om afstand te nemen. Mijn kinderen moeten het doen, ze worden goed begeleid en ik mag een keer achterover leunen. Ik hoef even niks. Genieten vind ik dat.’

Cindy gebruikt de surflessen bij het Surf Project vaak als referentiekader. ‘Vooral in situaties die nieuw zijn voor de kinderen. Kai is heel perfectionistisch, heeft dyslexie en ADHD. Norman en ik moeten vaak tegen hem zeggen: je hoeft niet alles perfect te doen, je bent goed zoals je bent. Alles wat je voor de eerste keer doet, kun je de derde of vierde keer misschien wel beter. Als iets op school tegenzit, dan zeggen we: het is net als surfen, ook dat kun je niet in een keer goed doen. In het begin kon Kai nauwelijks op een surfplank staan, vanmiddag stond hij op twee boards. Die vooruitgang, dat heeft hem enorm veel zelfvertrouwen gegeven.’

‘Voor de een is het succes zittend op een plank een stukje vooruit komen. Voor de ander is dat even gaan staan’

Toen Merel de overstap maakte van de basisschool naar het voortgezet onderwijs, werd er tegen Cindy en Norman gezegd: dit is een nieuwe stap, met nieuwe prikkels. ‘Voor een kind met autisme kan dat moeilijk zijn. In die periode startte Merel ook met de lessen bij het Surf Project. Wij dachten: gaat dat lukken, is het niet te veel? Maar ze had er zo veel plezier in. En ze zette door, telkens ging ze weer die plank op. Ze ging met opgeheven hoofd naar school. Het ging haar heel goed af en dat vond ik prachtig om te zien. Ik denk dat het Surf Project daar zeker aan bijgedragen heeft. Merel is daarna ook vanuit het niets een theaterklas gaan doen. Nu staat ze gewoon op het podium met een hoofdrol.’

Bij het Surf Project wordt elk succes gevierd. Dat draagt volgens Cindy bij aan het zelfvertrouwen van de deelnemers. ‘Voor de een is dat zittend op de plank een stukje vooruit komen, voor de ander betekent dat even gaan staan. Ik zie mijn kinderen groeien van de aandacht die ze krijgen. Het is toch geweldig dat iemand twee uur lang alleen maar aandacht heeft voor jou? Daar krijgen ze energie van, dan pakken ze het surfen ook veel sneller op.’

Volgend jaar doen Cindy en haar gezin graag weer mee. ‘Er is veel animo, dus we vinden het niet vanzelfsprekend dat we mee mogen doen. Mijn kinderen hebben al zo veel baat gehad bij het Surf Project. Als je hoort dat je kind een bepaalde diagnose krijgt, dan is dat een soort rouw. Kan mijn kind straks wel zelfstandig wonen, kan het wel het leven leiden dat het zou willen? Merel bijvoorbeeld was vier toen ze gediagnosticeerd werd met autisme. Zo vroeg al dacht ik: kan ze later een gezin stichten? Maar nu ze deelnemen aan het Surf Project denk ik: ze moeten gewoon doorzetten. Als ze iets willen, dan komen ze er wel. Wellicht doen ze er iets langer over, maar dat maakt niet uit. Die ervaring neem je als ouder mee. Fijn, het komt wel goed.’

Interview met surfinstructeur Sanne Vermeij

‘Als surfinstructeur ben ik niet als enige met het kind bezig; je doet het echt met zijn allen’

Door: Eva Meylink

Fotografie: Rick Heijne

Fotografie: Rick Heijne

Sanne Vermeij (24 jaar) gaf de afgelopen jaren tijdens haar studie regelmatig surflessen in het buitenland. Daarnaast is ze surfinstructeur bij Surfana Zandvoort. Via collega’s daar hoorde ze over het Surf Project. Ze wist meteen: dat lijkt me gaaf om aan mee te doen. Inmiddels is ze voor het tweede jaar als instructeur verbonden aan het Surf Project.

Met haar wetsuit tot haar middel, schuift Sanne aan voor het interview. Ze heeft zojuist de tweede les van de dag erop zitten. Het was een intensieve dag, maar ze kijkt vrolijk. Met een fulltime functie als junior strateeg, het werk in boardsportwinkel The Old Man en de lessen voor het Surf Project is haar week gevuld. Het is soms druk, maar ze doet alles met veel plezier. Toen Sanne bij het Surf Project betrokken raakte, was het project al even bezig. ‘Wat me aanspreekt aan de lessen, is dat je deze kinderen iets kunt geven wat ze normaal gesproken niet meemaken. Met de reguliere surflessen kunnen ze niet meedoen. Met het Surf Project wel.’

Op de vraag of je als instructeur dan ook anders lesgeeft, antwoordt Sanne bevestigend. ‘Normaal gesproken ben ik tijdens surflessen heel erg een-op-een bezig. Hier niet, dan sta ik veel meer te observeren. Dat doe ik bewust, zodat begeleider en kind veel samen doen. Als ik erbij kom, zeg ik altijd: “We gaan met zijn drieën deze golf pakken.” Dat is heel belangrijk voor de vertrouwensband die het kind en de begeleider met elkaar opbouwen. Als er vertrouwen is, dan kun je deze kinderen echt iets leren. Dan zijn ze op hun gemak en luisteren ze naar je. Dat is tegelijkertijd het mooie aan het Surf Project: ik ben als instructeur niet als enige met de kinderen bezig; je doet het echt met zijn allen.’

‘Hij peddelde, duwde zichzelf op en ging’

Sanne ziet wat het surfen met de kinderen doet. ‘Een van de deelnemertjes zit vaak in zijn eigen wereld. De eerste dag dat hij leerde surfen, was hij alleen maar aan het gillen. Hij vond het allemaal supergaaf, maar ook doodeng. Halverwege de tweede les besloten zijn begeleider en ik een andere aanpak te kiezen. Zijn begeleider is overigens fantastisch, ze is betrokken en is echt het maatje van deze jongen. Ik heb hem op gegeven moment heel serieus toegesproken. “Ok, we gaan deze golf pakken. Je gaat nu peddelen en je luistert precies naar wat wij zeggen.” Toen leek het alsof er wat gebeurde in zijn hoofd: er ging een knop om. Hij peddelde, duwde zichzelf op en ging. Het was zo mooi om te zien dat het hem lukte. Ik denk zelfs dat hij op dat moment meer zelfvertrouwen ervaarde, dan hij ervaart in dagelijkse bezigheden.’

‘Er zit een stofje in de zee dat verslavend werkt. Je kunt bij wijze van spreken wel 1000 jaar in de golven blijven liggen’

Als Sanne vertelt over de meerwaarde van het surfen voor deze doelgroep, begint ze te lachen. ‘Sorry, het klinkt misschien een beetje zweverig, maar ik denk echt dat de zee iets met mensen doet. Dat is volgens mij zelfs bewezen, althans andere mensen zeggen dat tegen mij en dat geloof ik dan maar. Er zit een stofje in de zee dat verslavend werkt, dat ervoor zorgt dat je bij wijze van spreken nog 1000 jaar in de golven kan blijven liggen. Maar ook geeft het een zijn met de natuur een soort rust. Ik gaf weleens les aan ouders en kinderen. Bij de derde les deed ook een van de vaders mee. Hij heeft een zware baan bij de Verenigde Naties, kwam aangesjeesd met een taxi en liep in maatpak norsig het strand op. Zijn kinderen waren dolblij dat hij er was, maar hij stond er eenmaal in surfpak ongemakkelijk bij. Wij dachten echt: wat gaat dat worden? Maar vanaf het moment dat hij het water inging, veranderde hij volledig. Dat is dat “natuurding” waardoor iemand geraakt kan worden. Surfen heeft dat ook in zich: je leert meer, je ervaart een soort dieper bewustzijn.’

‘Kinderen leren door het surfen hun eigen individu zien en niet het “gehandicapte” kind’

Volgens Sanne maken de deelnemers aan het Surf Project een enorme ontwikkeling door. ‘In het begin vinden ze het surfen heel spannend, maar stap voor stap zien ze iets wat eerst een grote barrière was, kleiner worden. Ze krijgen het surfen beter onder de knie, ook dankzij het vertrouwen van de mensen om hen heen. Van hun ouders, de begeleiders en de instructeurs. Ze leren echt hun eigen kracht te zien, hun eigen individu en niet enkel het “gehandicapte” kind. Bijzonder is dat je zelf ook wat leert. Ik probeer mij in te leven, me open te stellen en kwetsbaar te zijn. Uiteindelijk zijn we allemaal mensen, met dezelfde angsten en gevoelens. Alleen hebben deze kinderen die misschien op andere momenten. Ik denk dat we soms wat kunnen leren van hun oprechtheid, hun vaak totale onbevangenheid. We zijn ons altijd zo bewust van wat anderen van ons vinden. Of je wel een knuffel mag geven of niet. De deelnemers van het Surf Project hebben daar veel minder last van. Zij zijn echt daar.’

 

Wil je Sanne vragen stellen over het Surf Project. Dat kan. Stuur een mailtje naar vermeijsanne@gmail.com.

Interview met vrijwilliger Matthijs Meeuwsen

‘Als vrijwilliger bij het Surf Project maak je verschil in iemands leven’

Door: Eva Meylink

Foto Matthijs

Fotografie: Rick Heijne

Drie jaar geleden interviewde journalist Matthijs Meeuwsen (32 jaar) oprichtster Suzanne over het Surf Project. Het Surf Project verzorgt surflessen voor kinderen met het syndroom van Down, ADHD en autisme. Haar verhalen maakten hem zo enthousiast, dat hij zich na het interview spontaan aanmeldde als vrijwilliger.

Helemaal nieuw was de doelgroep van het Surf Project niet voor Matthijs. ‘Mijn oom was docent op een school voor jongeren met een verstandelijke beperking. Met deze leerlingen zette hij een project op: scholen bouwen in Afrika. Hij vroeg aan mij of ik mee wilde als begeleider, zodat ik van binnenuit over het project zou kunnen schrijven. Vier jaar lang ging ik ieder voorjaar mee naar Afrika. Toen dat project afliep, merkte ik dat ik de omgang met deze doelgroep ontzettend miste. Je bouwt in korte tijd een hele betekenisvolle band op met deze kinderen.’

Inmiddels is Matthijs voor het derde jaar op rij betrokken bij het Surf Project. Eerst als journalist, daarna als begeleider van de deelnemers. ‘Het eerste jaar waren we met acht kinderen en zestien begeleiders. Dat aantal is enorm gegroeid. Het is allemaal nog professioneler geworden, er zijn nieuwe locaties bijgekomen, je raakt steeds meer ingespeeld op elkaar.’

‘Het fijne aan surfen is dat je het alleen kunt doen, maar zoals bij het Surf Project, ook met elkaar’

Matthijs woont in Den Haag vijf minuten van het strand vandaan, maar had er pas een paar eerste surflessen opzitten toen hij als vrijwilliger bij het Surf Project begon. ‘De sport zelf vind ik heel leuk, maar dat is niet de eerste motivatie om dit vrijwilligerswerk te doen. De meerwaarde van surfen is wel dat het een bijzondere sport is, stoer, lekker buiten in de natuur. Je kunt het alleen doen, maar in het geval van het Surf Project, ook met elkaar.’

De afgelopen jaren maakte Matthijs bijzondere momenten mee. ‘Het Surf Project is er voor kinderen met het syndroom van Down, autisme en ADHD. Ik heb toevallig drie keer een jongetje met Down begeleid. Vorig jaar was dat Jeroen. Hij was een vrolijke noot en kroop al snel uit zijn schulp. Als hij het strand op kwam, nam hij een aanloop en sprong in mijn armen. Surfen was het hoogtepunt van zijn week; in de bus naar school deed hij de surfgroet. Wat ik mooi vond om te merken, is wat voor invloed je op zo’n jongen kunt hebben. Jeroen knuffelde het liefst iedereen om hem heen. Maar hij was ook een puber van zestien. Zijn moeder had daarom zoiets van: je moet ook leren dat je dat in de maatschappij niet bij iedereen kunt doen. Zij stelde daarom voor dat we Jeroen bij de volgende ontmoeting een hand zouden geven. Dat pikte hij ontzettend goed op. Daaraan zie je wat voor verschil je kunt maken als begeleider.’

‘Ik probeer niet iemand in een hokje te stoppen, zo van: dit is een kind met Down’

Soms verloopt het eerste contact makkelijk, soms is er meer geduld nodig. ‘Ik begeleid nu een jongen met Down, Koen. De eerste keer dat we elkaar ontmoetten was hij heel verlegen, verstopte hij zich met zijn knuffelbeer achter zijn moeder. Toen ben ik naast Koen gaan zitten en heb ik via de beer het eerste contact gelegd. Dat brak het ijs.’ Matthijs grinnikt. ‘Vrij snel daarna kwam hij achter zijn moeders rug vandaan en wilde hij armpje met me drukken.’

Volgens Matthijs moet je als vrijwilliger een flinke dosis enthousiasme meebrengen. ‘Maar er zitten momenten bij dat het niet makkelijk gaat, soms moet je iemand uit een dipje trekken. Een andere keer slaan kinderen te ver door en moet je op de rem trappen. Ik probeer in ieder geval altijd een open houding te hebben en niemand in een hokje te stoppen, zo van: dit is een kind met Down.’

‘Op gegeven moment zat Randy met zijn knieën op zijn plank André Hazes-liedjes te zingen’

Overigens zijn niet alle deelnemers na de eerste keer surfen enthousiast over de sport. Vrolijk vertelt Matthijs over zijn eerste jaar als begeleider. ‘Ik had toen een jongetje met Down onder mijn hoede, Randy, dat het surfen eigenlijk helemaal niet zo leuk vond. Dat kan, die kinderen heb je er ook tussen zitten. Hoewel het surfen zelf hem dus niet zo interesseerde, merkte ik dat hij toch genoot van het persoonlijk contact, er even tussenuit zijn. Hij kreeg zodoende alsnog meer zelfvertrouwen.’ Matthijs lacht. ‘Op gegeven moment zat hij met zijn knieën op zijn plank André Hazes-liedjes te zingen. Prachtig was dat.’

Matthijs weet zeker dat hij volgend jaar weer van de partij is. ‘Vrijwilligerswerk doe je in eerste instantie niet voor jezelf, maar voor de kinderen. Toch snijdt het mes aan twee kanten: het brengt jezelf ook iets. Ik vind het heel gaaf om iets te betekenen voor iemand. Als journalist run ik mijn eigen toko, dat gaat goed, maar soms denk je: voor wie doe ik het precies? Met het Surf Project maak je verschil in iemands leven, zonder dat het jezelf iets kost. Ok, het kost je een klein beetje tijd, maar daar staat tegenover dat het je heel veel plezier brengt. Wat wil je nog meer?’